Ik wist niet wat ik met mijn homoseksualiteit moest doen op school

- Lex
Ik wist niet wat ik met mijn homoseksualiteit moest doen op school

Lex (57 jaar) heeft jarenlang seksuele voorlichting gegeven aan vmbo-leerlingen in Vlaardingen. “Toen ik net begon, was ik nog erg jong en zelf ook nog bezig met het zoeken naar mijn identiteit. Ik wist ook nog niet precies wat ik met mijn homoseksualiteit moest doen op school. Ik heb me wel afgevraagd of ik er open over moest zijn. Daar zat misschien een stukje gêne. Ik was bang dat iemand mij zou vragen of ik homo was, omdat ik er nog niet aan toe was om dit te delen. Daarom heb ik me thuis hierop voorbereid. Ik antwoordde altijd: ‘Je vraagt toch ook niet aan een andere docent of hij hetero is?’.”

"In mijn les roepen ze geen homo of flikker meer."

“Meteen in de eerste les zeg ik dat het hier niet alleen gaat om mannen en vrouwen, maar ook om mannen die op mannen vallen en vrouwen die op vrouwen vallen. Je moet dit niet als één thema behandelen, maar steeds benadrukken. Leerlingen moeten er vertrouwd mee raken en dat doe je alleen door herhaling. Het komt vaak voor dat leerlingen elkaar uitschelden voor homo of flikker. Ik geef dan duidelijk aan dat ik dat soort woorden niet wil horen. Leerlingen doen dat ook niet meer bij mij in de les. Ze blijven het wel zeggen buiten de les, maar als ik het hoor, grijp ik in. Acceptatie van homoseksualiteit is niet af te dwingen. Het blijven bespreken doe ik wel. Je hoopt dat er meer tolerantie ontstaat. Dat is het doel. Soms is het haalbaar en soms niet.”

“Je hoeft niet meteen te zeggen dat je homo bent.”

“In het begin had ik er wel moeite mee dat sommige leerlingen homoseksualiteit niet accepteren, maar nu denk ik: het zegt meer over die persoon dan over mij. Ik kan het beter relativeren omdat het voor mijzelf geen kwestie meer is. Je hoeft ook niet meteen in de eerste les te zeggen dat je homoseksueel bent. Mijn collega zegt toch ook niet: ‘Jongens ik ben hetero’. En meestal weten leerlingen het al en is het geen probleem meer. Ik merk soms wel wat weerstand, vooral van jongens. Ze denken: ‘Homo’s zijn oké, maar ik wil niet dat ze bij mijn in de buurt komen’. In het begin maak ik dan wel eens een opmerking terug: ‘Nou ik ben niet zo ver van je vandaan en blijkbaar gebeurt er niks’. Dan beginnen ze meestal wel te lachen.”

“Leerlingen met een identiteitscrisis komen naar me toe.”

“Door mijn houding komen er leerlingen naar me toe die last hebben van een identiteitscrisis, vooral meiden. Dan ontstaan er vaak coming-out gesprekken. Vaak bereid ik dan samen met ze voor hoe ze bij hun ouders uit de kast zouden komen. Ouders zijn hier eigenlijk altijd hartstikke blij mee, dat hun kind iemand heeft om daarover te praten.”