Veel leerlingen hebben problemen, maar weten niet wat ze moeten doen

- Lilian
Veel leerlingen hebben problemen, maar weten niet wat ze moeten doen

Lilian (59 jaar) is docente wiskunde en Nederlands op een vmbo-school in Amsterdam. Sinds enkele jaren geeft ze seksuele voorlichting. “Er zijn ontzettend veel leerlingen die met vragen of problemen rondlopen en niet weten wat ze moeten doen. Er gebeurt zoveel tegenwoordig: loverboys, verkrachting, seksuele intimidatie. Daarom vind ik het belangrijk dat mijn leerlingen weten dat ze mij kunnen benaderen als ze problemen hebben. Dat ik er als docent voor ze ben.”

“Ik vind het moeilijk om te zien of er iets met een leerling aan de hand is.”

“Ik geef duidelijk aan dat leerlingen, als ze met iets zitten, in de ochtend of in de pauze naar me toe kunnen komen en dat we er apart over kunnen praten. Meestal doen ze dat gelukkig ook. Het is voor mij namelijk moeilijk te zien of er bij een leerling iets aan de hand is. In een klas kan zomaar de helft persoonlijke problemen hebben. Dan weet je ook niet meer goed waar je op moet letten als docent. Je moet de leerlingen een opening geven, want sommige leerlingen willen wel iets kwijt, maar durven dit niet in de klas te doen.”

“Het is lastig als leerlingen naar mijn mening vragen.”

“Een tijdje terug kwam een leerling na de les bij me. Hij heeft verkering met een zestienjarig meisje. Zij wil graag verder met hem gaan, maar hij twijfelt omdat hij het nog nooit gedaan heeft. Hij is veertien. Ik heb het met hem gehad over zijn grenzen. Als hij iets niet wil, hoeft hij dat ook niet te doen. Ik vind het lastig als leerlingen vragen naar mijn mening over een probleem. Hij vroeg of ik hem te jong vind voor seks. Ik zei dat ik hem wel een beetje jong vind, maar dat dit mijn mening is. Hij hoeft het daar niet mee eens te zijn. In dat soort situaties moet je oppassen dat je een leerling niet teveel beïnvloedt.”

“Ik ben met haar naar de orthopedagoog gegaan.” 

“Laatst zag ik dat het helemaal niet goed ging met een meisje. Ze kon zich niet concentreren en deed niet mee met de les. Ik heb haar apart genomen en ze blijkt smoorverliefd op een jongen. Ze heeft hem leren kennen via internet en hij heeft haar verteld dat hij nog maar vijf dagen te leven heeft. Zij wil nu naar Den Haag reizen om hem te zien. Ik vind het verhaal raar, het doet denken aan een loverboy. Op zo’n moment vind ik ook dat ik moet ingrijpen. Ik ben met haar naar de zorgcoördinator en naar de orthopedagoog gegaan. Zij helpen het meisje nu verder.”